Sierteelt onder druk: kwaliteit, duurzaamheid en toegang tot middelen in delicaat evenwicht

image

In de sierteelt is kwaliteit geen toegevoegde waarde: het is de minimumvereiste om op de markt te blijven. Een sierplant moet gezond, uniform en esthetisch onberispelijk zijn. Bovendien moet ze voldoen aan de fytosanitaire eisen van de doelmarkten. Dit stelt ANVE, de Italiaanse nationale vereniging van kwekers en exporteurs.

De Italiaanse sierteelt, een van de meest innovatieve en exportgerichte sectoren in de landbouw, staat voor een complexe uitdaging. Enerzijds eist de markt onberispelijke kwaliteit: planten moeten gezond, uniform en fytosanitair perfect zijn om te kunnen concurreren. Anderzijds neemt de druk toe door klimaatverandering, die nieuwe plagen en ziekten met zich meebrengt, terwijl de internationale handel de verspreiding ervan versnelt. Tegelijkertijd krimpt het arsenaal aan beschermingsmiddelen door steeds strengere Europese regelgeving, wat de sector voor een moeilijke opgave stelt.

Europese regelgeving
De Europese regelgeving voor gewasbescherming is gebaseerd op Verordening 1107/2009, die de toelating van gewasbeschermingsmiddelen regelt, Verordening 396/2005 over maximum residugehalten en Richtlijn 128/2009 over duurzaam gebruik. Voordat een middel op de markt mag, doorloopt het een uitgebreid beoordelingsproces. Eerst wordt de werkzame stof op Europees niveau goedgekeurd, waarbij veiligheid voor mens en milieu, ecotoxiciteit en effecten op niet-doelorganismen worden beoordeeld. Vervolgens volgt een nationale toelating voor commerciële middelen, met specifieke voorwaarden op het etiket. Werkzame stoffen worden periodiek opnieuw beoordeeld, wat kan leiden tot wijzigingen, beperkingen of intrekking.

Voor de sierteelt is dit proces bijzonder problematisch. De sector kenmerkt zich door een enorme diversiteit aan gewassen en teeltmethoden; van kruidachtige planten tot bomen, in volle grond of kassen. Het ontwikkelen en registreren van specifieke middelen voor elke combinatie van gewas en plaag is daardoor uiterst complex en kostbaar. Bovendien rechtvaardigen de vaak kleine teeltoppervlaktes en de versnippering van variëteiten de hoge investeringen in registratie niet altijd. Het zogenaamde Risk Envelope-principe, waarbij autoriteiten de meest kritieke scenario’s beoordelen, maakt de toelating nog strenger.

Instrumenten die helpen
Gelukkig zijn er instrumenten die de sector kunnen helpen. Artikel 51 van Verordening 1107/2009 maakt het mogelijk om het gebruik van reeds toegelaten middelen uit te breiden naar niet-gelabelde gewassen of plagen, mits de veiligheid en effectiviteit gewaarborgd zijn. Ook biedt wederzijdse erkenning de mogelijkheid om toelatingen uit andere EU-lidstaten met vergelijkbare omstandigheden over te nemen. Voor acute plagen kunnen lidstaten tijdelijke noodvergunningen verlenen voor maximaal 120 dagen, hoewel dit geen structurele oplossing is.

Er zijn ook ontwikkelingen op komst die de toekomst van de sector kunnen verbeteren. Een nieuw nationaal decreet in Italië zal volgens ANVE een dynamischere definitie van kleinschalige teelten introduceren, gebaseerd op actuele teeltoppervlaktes. Daarnaast wordt het Nationaal Actieplan (PAN) herzien om beter in te spelen op duurzaam gebruik, milieubescherming en risicobeheer. Op Europees niveau werkt men aan een hervorming van Verordening 1107/2009, met onder andere een wettelijke definitie voor biologische bestrijding en vereenvoudigde toelatingsprocedures voor natuurlijke middelen.

Biologisch
Biologische bestrijding, zoals het gebruik van micro-organismen of natuurlijke stoffen, biedt een duurzaam alternatief voor traditionele chemische middelen. Hoewel deze oplossingen veelbelovend zijn, vereisen ze wel tijd, investeringen in onderzoek en de ontwikkeling van technische vaardigheden om effectief te kunnen worden toegepast.

Informatie is cruciaal in dit complexe landschap. Instrumenten zoals het Phytoweb-portaal, een initiatief van ANVE in samenwerking met ICE Agenzia, bieden ondersteuning door voorschriften en fytosanitaire maatregelen toegankelijk te maken. Dit helpt telers, technici en adviseurs om zich beter te oriënteren en bewuster teeltbeslissingen te nemen.

Uiteindelijk, zo stelt ANVE,  draait de bescherming van sierplanten niet alleen om de keuze van de meest effectieve behandeling, maar ook om het vermogen om de voorwaarden te kennen en na te leven die het gebruik en vervoer regelen. Samenwerking tussen instellingen, onderzoek, industrie, adviseurs en bedrijven is essentieel om een systeem voor fytosanitaire bescherming op te bouwen dat effectiviteit, duurzaamheid en concurrentievermogen combineert. De gezondheid van planten is immers niet alleen een kwestie van gewasbescherming, maar van de toekomst van de sierteelt zelf.

Bron: ANVE