‘Eén op de 250: dán weet je dat je iets bijzonders hebt’

image

Van de honderden nieuwe planten die Peter Kroes onder ogen krijgt, valt een groot deel vrijwel meteen af. Niet omdat het slechte planten zijn, maar omdat ‘goed’ allang niet meer goed genoeg is. De markt zit vol en de lat ligt steeds hoger. Heel soms zit er eentje tussen waarbij de directeur van Van Vliet New Plants onmiddellijk rechtop gaat zitten. ‘Eén op de 250 misschien. Dan denk je: bam, dit is hem.’

Kroes kan zo’n winnaar aanwijzen: Cortaderia Tiny Pampa. Waar pampasgrassen gemakkelijk metershoog worden, blijft deze rond de 60 centimeter en produceert hij tegelijkertijd veel bloemen.

‘Dat is er zo eentje waarvan ik meteen dacht: bam, die moeten we hebben.’

Maar zelfs zo’n ‘bam’ krijgt geen vrijgeleide naar de markt. Als de breeder zegt dat een Cortaderia 60 centimeter blijft, wil Kroes een jaar later in zijn eigen tuin zien dat hij inderdaad nog steeds 60 centimeter is.

‘Uiteindelijk moet wat je verkoopt ook gewoon de waarheid zijn.’

De helft kan meteen weg
Selecteren is de afgelopen jaren alleen maar harder geworden. Kroes ziet simpelweg te veel nieuwe planten die moeten concurreren met een assortiment dat al enorm breed is.

‘Voor die andere 99 procent valt de helft eigenlijk meteen af. Niet omdat het geen goede plant is, maar omdat hij gewoon niet interessant genoeg is met het geweld dat er nu op de markt is.’

Hij noemt Hydrangea paniculata als voorbeeld. Er zijn er inmiddels zoveel en er wordt zoveel marketingdruk op gezet, dat nóg een goede pluimhortensia niet automatisch iets toevoegt.

‘Er zijn planten waar iedereen tien jaar geleden op stond te springen en waarvan je nu zegt: ja, weet je wat, laat maar.’
Kroes is plantenman, maar kijkt nadrukkelijk ook als handelaar. Hij groeide op in Boskoop, ging naar de tuinbouwschool en werkte van 2001 tot 2016 in de handel richting retailketens door heel Europa. Daardoor stelt hij bij een noviteit meteen een tweede vraag:

Mooie plant. Maar kan ik hem ook verkopen?

Eerst de tuin in
Wie de eerste schifting overleeft, is er nog lang niet. Van Vliet New Plants test kandidaten op drie manieren. De eerste is bijna primitief: de tuin in en kijken wat er gebeurt. Daarnaast gaan planten naar een geselecteerde kweker die ze in pot zet en bewust niet gaat pamperen. Water, wat voeding en normale verzorging, maar geen batterij aan middelen om zwakke eigenschappen weg te poetsen.

De derde test vindt plaats bij een specialist: een Hydrangea bij een Hydrangea-kweker, een Hebe bij een Hebe-specialist.

Na één jaar ontstaat een eerste beeld, na twee jaar weet Kroes veel meer. De tuintest is daarbij minstens zo belangrijk als een perfecte potplant.

‘Ik heb zoveel planten gezien die schitterend zijn in de pot. Dan zet je ze in de tuin en denk je na een jaar: hé, waar is die plant eigenlijk gebleven?’

De hovenier loopt achter
Volgens Kroes gaat de veredeling ondertussen harder vooruit dan een deel van de markt. Vooral bij hoveniers ziet hij nog veel ruimte.

‘Die blijven hangen aan oude soorten die niet bestand zijn tegen het huidige klimaat of nog veel last hebben van ziekten en plagen. Terwijl er al heel veel verbeteringen zijn.’

Een deel daarvan zit volgens hem simpelweg tussen de oren.

‘Een hovenier is twintig jaar geleden naar school geweest en heeft daar een bepaalde Prunus geleerd. Die zit nog steeds in zijn hoofd.’

Terwijl er allang nieuwere selecties naast staan die op onderdelen beter presteren. De uitdaging is daarom niet alleen nieuwe planten vinden, maar ook zorgen dat goede vernieuwingen daadwerkelijk bij de gebruiker terechtkomen. Bij het hogere segment tuincentra ziet Kroes dat sneller gebeuren.

Niet breed uitstrooien
Ook Van Vliet New Plants brengt noviteiten daarom steeds gerichter naar de markt. Al vier à vijf jaar wordt bewuster gewerkt met breeders, vermeerderaars en geselecteerde kwekers.

‘We willen steeds meer gericht samen met partners een plan maken en dat uitzetten.’

Per markt wordt bekeken welke partij het beste past. ‘Je maakt op die manier een kleinere keten.’

Niet om de markt volledig dicht te zetten, maar om een introductie gecontroleerd op te bouwen. Dat levert in de eerste jaren misschien niet de grootste aantallen op, maar geeft wel meer grip op productie en afzet.

‘Dan blijf je wel relevant voor de hele duur van het kwekersrecht.’

Markten vinden een nieuwe weg
Hoe snel markten kunnen veranderen, ziet Kroes ook internationaal. Vooral Polen valt hem op.
‘Polen is natuurlijk het Wirtschaftswunder van de laatste tien jaar.’

Na de Russische inval in Oekraïne zagen Poolse kwekers volgens Kroes een fors deel van hun afzet richting het oosten wegvallen.

‘Die hebben bij wijze van spreken een derde van hun export zien wegvallen. Die derde hebben ze in twee, drie jaar weer teruggehaald op andere markten.’

Voor Kroes laat het zien hoe snel afzet zich kan verplaatsen. Markten vallen weg, andere komen op. Ook dat maakt voorspellen welke plant waar succesvol wordt ingewikkeld.

Veel volk, voorzichtig bestellen
Die onzekerheid verwacht Kroes ook terug te zien op GrootGroenPlus. Van Vliet New Plants staat er dit jaar zelf niet met een stand, maar Kroes komt wel kijken.

‘Ik verwacht heel veel mensen en heel veel enthousiasme.’

Of dat onmiddellijk grote orders oplevert, is een andere vraag. Inflatie, oorlog in Oost-Europa en vrees voor een economische terugslag maken ondernemers volgens hem voorzichtig.

‘Het echte vastleggen van handel zal denk ik voorzichtig gaan.’

Erg zwaar tilt Kroes daar niet aan. Daarvoor heeft hij te vaak gezien hoe snel sentiment kan omslaan.

‘Als volgend jaar het zonnetje gaat schijnen, vergeet iedereen het probleem weer. Dan gaat iedereen gewoon een plantje kopen.’

Misschien typeert juist dat zijn manier van kijken. De markt verandert voortdurend, maar aan het begin van de keten moet nog altijd iemand tussen honderden nieuwe planten bepalen welke werkelijk de moeite waard is. Meestal vraagt dat testen, vergelijken en nog eens kijken.

En heel soms weet Kroes het meteen.

‘Bam. Die moeten we hebben.’