‘Het oog van de meester laat zich niet mechaniseren’

image

Mechaniseren wat je mechaniseren kunt. Het is bijna een wet geworden in de boomkwekerij. Bij Vormboomkwekerij Van den Berk houdt dat alleen vrij snel op. Een dakboom, schermboom of blok op stam wordt niet vanzelf perfect. Daar staan jarenlang mensen aan te knippen, leiden en vormen. Bij een teelt die soms zes jaar duurt, moet Ruud van den Berk bovendien vandaag al bedenken welke boom de markt straks wil hebben.

Wanneer is zo’n vormboom eigenlijk klaar? Van den Berk hoeft niet lang over het antwoord na te denken.
‘Een goede vormboom is bij ons een boom die helemaal vergroeid is. Een dakvorm, schermvorm of blok moet honderd procent vol zijn.’

Bij een meerstammige boom gelden andere eisen. Die moet mooi vertakt zijn, goed zijn opgeknipt en uiteindelijk als complete boom kloppen.

Hier houdt mechaniseren op
Rondom de boom is inmiddels van alles te mechaniseren. Werkzaamheden op het perceel, rooien en verplaatsen: waar machines kunnen helpen, gebeurt dat ook. Zodra het over het vormen van de boom zelf gaat, houdt dat volgens Van den Berk snel op.

‘Het vormen van die bomen blijft allemaal handwerk.’

Een vormboom moet zorgvuldig worden uitgeleid. Bij meerstammigen moeten schurende takken eruit, de vertakking vanaf de basis goed zijn en uiteindelijk moet ook de kroon kloppen.

‘Je kunt niet zomaar wat doen.’

Daarmee is arbeid een belangrijke factor binnen het bedrijf. Niet alleen vanwege het aantal uren, maar vooral omdat het werk niet door iedereen kan worden gedaan. Nieuwe medewerkers, stagiairs en scholieren gaan daarom mee met ervaren mensen en leren het vak in de praktijk.

‘We hebben vakmensen nodig.’

Of het monnikenwerk is? Van den Berk lacht. ‘Nee, het is supermooi werk. Maar je moet wel een beetje verstand hebben van wat je doet.’

Misschien komt er ooit een robot die het kan. ‘Maar ik hoop eigenlijk niet dat het zover komt. Ik denk niet dat het er beter van wordt.’

Vandaag kiezen voor over zes jaar
Sommige teelten bij Van den Berk duren zes jaar. Wat vandaag wordt geplant, moet dus passen bij een markt die jaren verder ligt.

Dat maakt vooruitkijken belangrijk, zeker nu klimaat, ziekten en plagen steeds meer invloed krijgen op het sortiment.

Sommige bomen krijgen het moeilijker door extreem natte perioden, hitte of droogte, terwijl soorten die vroeger nauwelijks werden toegepast juist interessanter worden.

Tegelijkertijd wordt het gebruik van chemische gewasbescherming lastiger en wil Van den Berk daar zelf zo weinig mogelijk afhankelijk van zijn.

‘We moeten gewoon naar gezonde, sterke bomen die tegen het klimaat kunnen en zo min mogelijk last hebben van ziekten.’
Maar een interessante nieuwe soort ontdekken betekent nog niet dat hij er meteen grote aantallen van opzet.

‘Als de klant hem niet kent, koopt hij hem niet.’

Dus begint Van den Berk klein. Een nieuwe boom moet worden gezien en geprobeerd voordat de productie wordt opgeschaald.

‘Dat is een jarenlang proces. Het is niet: mooi boompje, doe er maar honderd.’

Een verkeerde inschatting kan bij een lange teelt immers jaren later nog op het land staan.

Geen revolutie in het sortiment
Van den Berk verwacht geen plotselinge omslag in het sortiment. ‘Je moet een beetje meebewegen met de markt. Het is niet dat het ene er ineens niet meer is en het andere er wel.’

Ook bomen die door extremere weersomstandigheden kwetsbaarder worden, blijven gevraagd. Zeker bij grotere projecten zijn groeiplaats, drainage en watergift vaak goed geregeld. Daardoor houdt bestaand sortiment zijn plaats, terwijl daarnaast ruimte ontstaat voor sterkere en gezondere alternatieven.

Een voorbeeld is Tilia mongolica ‘Buda’, die Van den Berk als schermboom de laatste jaren ziet groeien.

‘Dat is een luisvrije linde. En hij heeft een supermooi blad.’

Van den Berk levert voornamelijk aan grotere handelsbedrijven en boomkwekerijen in heel Europa, die vervolgens weer hoveniers en groenvoorzieners beleveren. Vooral specifieke vormbomen worden sterk projectmatig gekocht. Wie voor een project tien leibomen nodig heeft, koopt er tien en niet nog eens vijf voor de voorraad.

Goed vooruitkijken is daardoor minstens zo belangrijk als goed kweken.

Kansen voor Nederlandse productie
Ondanks de lange teeltduur en de afhankelijkheid van vakmensen is Van den Berk positief over de toekomst van de Nederlandse boomkwekerij. Wat hij tijdens zijn reizen door Europa ziet, versterkt dat vertrouwen.

Bij traditionele Duitse bedrijven werd jarenlang alles naast elkaar gedaan: particuliere verkoop, handel én eigen productie, van kleine struik tot grote boom. Volgens Van den Berk staat dat model onder druk.

‘Bij heel veel van die kwekerijen valt de productie af. De jongere generatie zegt: daar kunnen we beter mee stoppen.’
De vraag naar bomen verdwijnt daarmee niet. Juist daarin ziet Van den Berk kansen voor gespecialiseerde Nederlandse productiebedrijven.

Arbeid is hier duur en goede mensen zijn moeilijk te vinden, maar dat probleem speelt volgens hem inmiddels in heel Europa. Specialisatie en kwaliteit kunnen daarom het verschil blijven maken.

Uiteindelijk draait het voor Van den Berk om iets heel eenvoudigs: een boom afleveren die klopt.
‘Ons product moet gewoon super zijn. Kwalitatief hoogstaand, perfect. Dan vinden we daar wel een klant voor.’