Minder chemie, maar kosten vormen nog een knelpunt

Braspenning & Co
Braspenning & Co

Door het veranderende klimaat komen de voordelen van het werken met teeltondersteunende voorzieningen (TOV) steeds meer onder het vergrootglas te liggen. Hoewel er nog volop discussies plaatsvinden over biodiversiteit, kosten, wet- en regelgeving en vergunningverlening, lijkt het erop dat TOV’s onmisbaar worden voor kwekers. Marc Lodders (Lodders Boomkwekerijen), Corné Leenaerts (Boomkwekerij Leenaerts-Halters & Zn) en Marco Braspenning (Braspenning & Co) bespreken de huidige stand van zaken.

Auteur: Ralf Pijnenburg

Met teeltondersteunende voorzieningen streven kwekers naar gecontroleerde productieomstandigheden, waarmee ze het teeltseizoen kunnen verlengen en de kwaliteit van de producten kunnen verbeteren. Daarnaast is deze manier van produceren minder belastend voor het milieu, omdat er minder gewasbeschermingsmiddelen nodig zijn. Telen met ondersteunende voorzieningen sluit dan ook goed aan bij de huidige wet- en regelgeving, waarin de duurzaamheidseisen steeds strenger worden. Het belang van TOV’s zal daarom alleen maar toenemen, verwacht boomkweker Marc Lodders, tevens bestuurslid van EPS en Treeport.

Lodders Boomkwekerijen kweekt bosplantsoen & haagplantsoen in volle grond. “Produceren op de traditionele methode in de grond zal echter steeds lastiger worden door wet- en regelgeving”, zegt Lodders. “Dus zul je voor de eerste teeltfase naar oplossingen boven de grond moeten zoeken. Dit is echter een stuk duurder, wat voor veel kwekers een belemmering vormt om hierin te investeren. Daarnaast proef ik een zekere terughoudendheid in onze sector met deze onbekende manier van kweken. Terwijl ik denk dat er geen weg terug is.”

Wel verlangt de boomkweker naast eenduidig overheidsbeleid, met uniforme regels, dat er maatwerk geleverd wordt op lokaal niveau. Goede regelgeving met handelingsperspectief helpt ondernemers om alle uitdagingen het hoofd te bieden. “We zien nu dat de spelregels per gemeente verschillend zijn”, merkt hij op. “Dat maakt het er voor kwekers niet makkelijker op om te weten waar ze aan toe zijn. Het gevolg is onder meer dat je op lang niet alle plekken aan de slag kunt met teeltondersteunende voorzieningen, wat overigens terecht is. Daarom is het zo belangrijk dat er maatwerk geleverd kan worden.”

Risicospreiding voor Leenaerts-Halters & Zn

Boomkwekerij Leenaerts-Halters & Zn in Zundert is gespecialiseerd in de teelt van sierheesters en rozen in container. Daarnaast heeft de onderneming van Corné Leenaerts bos- en haagplantsoen in de volle grond. “Deze business vormt voor ons ook een stukje risicospreiding”, legt hij uit. “We hebben ook wel eens bos- en haagplantsoen op de pot gekweekt met het oog op het verlengen van het seizoen. Vanwege de concurrentie zijn we bij de pottenteelt overgestapt op de sierteelt.”

Het kweken met teeltondersteunende voorzieningen legt hem geen windeieren. “Wanneer ik rozen kweek in een foliekas of tunnel heb ik veel minder gewasbeschermingsmiddelen nodig”, zegt hij. “Daarnaast bespaar ik enorm op water. Dat zijn wel de twee belangrijkste voordelen, die ook voor overheden als het waterschap zeer welkom zijn. Je gaat namelijk bewust om met water en uitspoeling. Er verdwijnen geen meststoffen in het oppervlaktewater.”

Leenaerts beaamt dat het kweken in volle grond goedkoper is, maar voegt daaraan toe dat onkruidbestrijding ook een enorme kostenpost is. “En hoe minder stress voor de plant, hoe minder je te maken krijgt met ziekten of plagen. Met TOV kun je de optimale omstandigheden voor je planten creëren en ben je niet afhankelijk van weersinvloeden.”

Leenaerts denkt daarom dat het werken met teeltondersteunende voorzieningen de toekomst heeft. “Er worden in de wet- en regelgeving steeds hogere eisen gesteld aan bijvoorbeeld het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en water”, laat hij weten. “En ik denk dat de restricties alleen maar strenger worden. Dus het is noodzakelijk om, zeker in het beginstadium van de planten uit de grond te gaan kweken.” Nog een bijkomend voordeel, volgens de kweker, is dat je met TOV je productieproces makkelijker kunt automatiseren. “In het planten van eenjarige zaailingen gaat enorm veel arbeid zitten”, legt hij uit. “Door mechanisatie met een plug kun je veel winst behalen. Onder goede omstandigheden kweek je vervolgens een uniform product, dat door robots eenvoudig in de volle grond kan worden geplant. Dit proces staat overigens in bos- en haagplantsoen nog in de kinderschoenen.” Daarnaast vragen andere bedrijven de kweker steeds vaker om plantgoed in potten van anderhalve liter te kweken, waarna ze er in september in de volle grond kluitplanten van maken. “Hiermee kunnen ze de arbeidspiek in het voorjaar verlichten”, aldus Leenaerts. “Dit is iets duurder, maar je kunt wel planten wanneer het jou het beste uitkomt en bent niet afhankelijk van het weer.”

Discussie over biodiversiteit

Leenaerts meent dat het vanuit klimatologisch oogpunt beter is om te werken met TOV. Wel heeft hij zo zijn twijfels over het eventuele verlies van biodiversiteit. “Want je dekt natuurlijk als kweker wel de grond af met TOV-oplossingen”, zegt hij. “En wat gebeurt er dan onder de grond? Dat is wel een discussiepunt in onze sector. Momenteel wordt er onderzoek gedaan naar dit thema, heb ik vernomen in de wandelgangen. Ik ben zeer benieuwd naar de resultaten.”

Marco Braspenning, eigenaar van Braspenning & Co in Zundert, heeft naar eigen zeggen ervaring met dit soort onderzoeken. Hij vertelt dat hij onlangs bezoek heeft gekregen van de HAS green academy op zijn containervelden. “Zij lieten me weten dat het bodemleven onder mijn soort velden compleet wegvalt. Dat hadden ze namelijk onderzocht. En dat kan ik me ook wel voorstellen. Om het water in ons gesloten systeem te laten circuleren werken we met een plastic ondergrond. Maar wat in het onderzoek niet was meegenomen, is dat de biodiversiteit zich weer heel snel herstelt als je besluit de veldcontainers op te ruimen. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren als een bedrijfsactiviteit stopt of als er een andere bestemming op de grond komt. De docent van de HAS erkende dat ook wel. Dan moet je dat gegeven ook meenemen in het onderzoek, vind ik. Dat is wel zo eerlijk.” 

Verder kun je volgens Braspenning op containervelden extra biodiversiteit creëren die aantrekkelijk is voor organismen. “Dit komt omdat we water opvangen en laten circuleren op ons bedrijf”, legt hij uit. “Onze velden zijn vaak nat en vol met algen. Hier komen onder meer kikkers en salamanders op af. Ook de kanalen waarmee we ons water afvoeren vormen broedplaatsen.”

Braspenning is gespecialiseerd in rododendrons en azalea’s, maar kweekt ook vele andere soorten tuinplanten, in verschillende potmaten en variaties. Hij kan met zijn TOV beter sturen op voeding en gewasbescherming dan kwekers in de volle grond, betoogt hij. “We beregenen weliswaar vaker, maar we zorgen wel voor minder uitspoeling in de grond. En als we al water lozen, dan moeten we dit zuiveren. Daarbij is het voor ons natuurlijk een groot voordeel dat we jaarrond kunnen kweken en leveren.” Braspenning heeft drie jaar geleden een stuk grond aangekocht waarop hij zijn bedrijfsactiviteiten wil uitbreiden. Op deze grond zit nu nog een agrarische bestemming. “Dus ik kan nog even niks, omdat de gemeente een beslissing moet nemen over de vergunningverlening”, zegt hij. “Waarom moet dit zo lang duren, denk ik dan. Ik begrijp wel dat alle discussies rondom TOV het gemeenten lastig maken om de knoop door te hakken, maar nu worden kwekers zoals ik wel belemmerd in hun ondernemerschap. Want deze kwestie staat in onze regio niet op zichzelf. De vergunningsprocedures rondom bestemmingen van grond zijn veel te lang en intensief.”

Voor Braspenning staat desondanks vast dat het werken met TOV ideaal is. “Want je kunt veel efficiënter kweken”, spreekt hij uit ervaring. “Of je nu aardbeien kweekt of tuinplanten, je kunt veel beter sturen op goede kwaliteit en gezonde, weerbare planten. Dus ik vind dat de ontwikkelingen rondom TOV gestimuleerd moeten worden. Je wordt namelijk dan ook nog eens minder afhankelijk van de import vanuit het buitenland. We hebben een ontzettend innovatieve sector, die men toch wel wat meer zou mogen koesteren. We zijn met z’n allen een toonaangevende internationale speler, laten we dat ook zo houden.”

Namens Vakbeurs GrootGroenPlus: David Bömer, voorzitter

"Met goede TOV wordt het eenvoudiger om op milieuvriendelijke wijze kwalitatief goede en vooral weerbare planten te kweken. Op GGP 2025 zijn oplossingen en zeker ook innovaties te vinden."

image