Twee jaar pacht voor een tienjarige teelt: waarom het nieuwe pachtrecht schuurt bij boomkwekers

Voor een boomkweker is grond geen tijdelijke productiefactor, maar de basis van het bedrijf. Wie bomen opkweekt richting laanboom- of projectmaten, denkt niet in seizoenen maar in jaren. Juist daarom zorgt het nieuwe wetsvoorstel voor het pachtrecht voor onrust binnen de boomkwekerijsector. In dat voorstel wordt de maximale duur van teeltpacht beperkt tot twee jaar, een termijn die volgens veel kwekers onvoldoende aansluit bij de dagelijkse praktijk van meerjarige teelten.
Het pachtrecht is bedoeld om duidelijkheid en rechtszekerheid te bieden voor zowel verpachter als pachter. In de uitwerking lijkt die zekerheid voor boomkwekers echter onder druk te komen staan. Investeringen in bodem, plantmateriaal en teeltbegeleiding vragen om continuïteit. Wanneer de beschikbaarheid van grond na twee jaar onzeker wordt, wordt het steeds lastiger om die investeringen verantwoord te doen.
Wat verandert er in het pachtrecht?
In het wetsvoorstel wordt onderscheid gemaakt tussen reguliere pacht en teeltpacht. Teeltpacht is bedoeld voor tijdelijke teelten en wordt gemaximeerd op twee jaar. Voor sectoren met kortcyclische gewassen kan dat logisch zijn, maar voor de boomkwekerij botst deze benadering met de realiteit. Laanbomen, vormbomen en andere meerjarige teelten hebben vaak vijf tot tien jaar nodig voordat ze verkoopbaar zijn. Een perceel dat slechts twee jaar beschikbaar is, biedt daarvoor simpelweg te weinig zekerheid.
Kader – Teeltpacht en rustgewas
In gesprekken in de sector wordt de nieuwe teeltpachtregeling soms in verband gebracht met de wettelijke verplichting rond rustgewassen. Formeel is die koppeling er echter niet. De regels voor rustgewassen komen voort uit mest- en bodembeleid en zijn bedoeld om bodem- en waterkwaliteit te verbeteren. De voorgestelde beperking van teeltpacht tot twee jaar is een afzonderlijke juridische maatregel binnen het pachtrecht. Beide dossiers raken het gebruik van grond, maar hebben een verschillende achtergrond en doelstelling.
Meerjarige teelten vragen om langetermijnzekerheid
In de praktijk vergt vrijwel iedere boomteelt een meerjarige opbouw. Percelen worden voorbereid, drainage en bodemstructuur verbeterd en bomen worden geplant met het oog op toekomstige verplantmomenten. De waarde van het product zit niet alleen in de boom zelf, maar ook in de tijd, arbeid en zorg die erin zijn geïnvesteerd. Die waarde wordt pas na jaren verzilverd. Wanneer een pachtcontract voortijdig eindigt, ligt het risico volledig bij de kweker.
Gevolgen voor bedrijfsvoering en teeltkeuzes
Die onzekerheid werkt door in de dagelijkse bedrijfsvoering. Kwekers geven aan dat zij bij kortlopende pacht terughoudender worden met investeringen in bodemkwaliteit en perceelinrichting. Ook teelten die langere tijd nodig hebben om hun kwaliteit te bewijzen, komen onder druk te staan. In sommige gevallen wordt pachtgrond zelfs gemeden, omdat het ondernemersrisico te groot wordt.
Reactie vanuit de praktijk
Corné Leenaerts, eigenaar van Boomkwekerij De Weimer en voorzitter van de ZLTO-afdeling Zundert-Rijsbergen, herkent dit spanningsveld zowel als ondernemer als bestuurder. “Het rustgewas is een ander wettelijk kader, maar nu ligt er een wetsvoorstel om de maximale duur van teeltpacht terug te brengen naar twee jaar. Dat is vooral lastig voor sectoren met meerjarige teelten, zoals de boomkwekerij,” zegt hij.
Volgens Leenaerts wordt het probleem extra scherp door de stapeling van regels. “Als je grond huurt voor twee jaar en je bent tegelijkertijd verplicht om eens per drie jaar een rustgewas te telen, dan wordt het bijna niet meer rond te rekenen. Je bent dan zelf verantwoordelijk voor een derde jaar, terwijl je geen zekerheid hebt over die grond.”
Daar komt bij dat investeringen niet meebewegen met kortere pachttermijnen. “Of een teelt nu vier jaar duurt of twee jaar, je moet vooraf investeren in plantmateriaal, bodemvoorbereiding, bemesting en soms ook bekalking. Dat zijn forse kosten die je niet over twee jaar terugverdient. Korte pachttermijnen maken het investeringsplaatje alleen maar zwaarder,” aldus Leenaerts.
Volgens hem draait het uiteindelijk om ondernemerszekerheid. “Vroeger waren pachttermijnen van zes jaar heel gebruikelijk. Dan wist je waar je aan toe was en kon je verantwoord investeren. Met twee jaar wordt dat zelfs voor bedrijven met kortere teelten al discutabel, laat staan voor laanbomen of jonge beukengewassen die meerdere jaren op het land staan.”
Effect op aanbod en markt
Voor afnemers in projecten en openbaar groen kan dat op termijn merkbaar worden. Minder zekerheid op grondgebruik betekent minder continuïteit in sortimenten en mogelijk een beperkter aanbod van grotere maten. Juist in een tijd waarin kwaliteit, duurzaamheid en levensduur van bomen centraal staan, is dat een zorgelijke ontwikkeling. Goede bomen vragen om tijd, en tijd vraagt om zekerheid.
Kritische reactie vanuit de sector
De zorgen die Leenaerts benoemt, leven breder binnen de sector. Via de lopende internetconsultatie heeft LTO Bomen, Vaste Planten en Zomerbloemen aangegeven dat de maximale duur van teeltpacht onvoldoende aansluit bij de praktijk van de boomkwekerij. Vanuit de sector wordt gepleit voor een systeem waarin de pachtduur beter wordt gekoppeld aan de feitelijke teeltduur, zodat regelgeving en praktijk beter op elkaar aansluiten.
Spanning met duurzaamheidsambities
Opvallend is dat het wetsvoorstel wringt met andere beleidsdoelen. Van boomkwekers wordt verwacht dat zij investeren in bodemkwaliteit, waterbeheer en duurzame teeltsystemen. Tegelijkertijd wordt het juridische kader voor grondgebruik korter en minder voorspelbaar. Dat zet ondernemers voor een lastige keuze: investeren in de lange termijn zonder garanties, of kiezen voor kortere, minder duurzame oplossingen.
Meer dan een juridisch vraagstuk
De discussie over pacht gaat daarmee over meer dan contractvormen alleen. Het raakt aan de kern van de boomkwekerij: de ruimte om te investeren, om kwaliteit op te bouwen en om met vertrouwen vooruit te kijken. De komende periode zal moeten blijken in hoeverre de praktijkervaring van boomkwekers wordt meegenomen in de verdere uitwerking van het wetsvoorstel. Voor nu is één conclusie helder: een maximale teeltpacht van twee jaar past slecht bij een sector die haar waarde juist over meerdere jaren opbouwt.