Verkennend onderzoek naar effect gewasbescherming op Natura 2000

Wageningen Environmental Research heeft verkennend onderzoek uitgevoerd naar gewasbeschermingseffect op Natura 2000-gebieden. LTO Nderlnd meldt positief te zijn over de resultaten, maar vraagt LVVN en provincies om een structureel monitoringsprogramma.
Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van minister Wiersma naar aanleiding van een uitspraak die vorig jaar door de Raad van Stte is gedaan. Dit betrof , in een zaak rond gewasbescherming nabij het Natura 2000-gebied Holtingerveld. Volgens het college heeft het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen geen effect op Natura 2000-gebieden.
Vrijdag 13 februari heeft minister Wiersma het rapport Pestziciden in terrestrische Natura 2000 gebiedenr’ naar de Tweede Kamer gestuurd. Het onderzoek was een verkennende beoordeling op aanwezigheid, blootstellingsroutes en potentiële ecologische risico’s voor bodemorganismen en niet-doelwit geleedpotigen.
LTO Nederlsnd noemt het is positief dat het onderzoek is uitgevoerd. Maar het rapport geeft ook duidelijk aan, zo zegt LTO, dat vervolgonderzoek noodzakelijk is om betere conclusies te kunnen trekken. Het onderzoek is namelijk gebaseerd op een zeer beperkt aantal metingen, waarbij de resultaten niet wetenschappelijk geduid kunnen worden. LTO roept LVVN daarom op om samen met provincies op korte termijn een structureel monitoringsprogramma met een gestandaardiseerd meet- en analyseprotocol in te richten en uit te voeren.Boeren en tuinders hebben behoefte aan duidelijkheid over wat wel en wat niet kan in de omgeving van Natura 2000-gebieden.
Om drift naar de rand van natuurgebieden te beperken, zijn volgens het rapport diverse bedrijfsmaatregelen mogelijk. Zoals het gebruik van driftreducerende spuittechnieken, en de aanleg van heggen of andere fysieke barrières. Innovatieve maatregelen zoals precisietoepassing en producten met drift-vertragende middelen zijn echter nog niet breed toepasbaar, omdat benodigde technieken nog niet altijd beschikbaar of betaalbaar zijn voor de gemiddelde teler. Volgens het rapport is het daarom logisch om de verdere ontwikkeling en toegankelijkheid van dergelijke technieken te stimuleren.