Duitsland versnelt de overgang naar veen-gereduceerde en veen-vrije substraten in de boomkwekerij

De Duitse boomkwekerijsector versnelt de overgang naar veen-gereduceerde en veen-vrije substraten. In meerdere deelstaten lopen demonstratieprojecten waarin boomkwekerijen samen met onderzoeksinstellingen alternatieve substraten testen als voorbereiding op strengere klimaatdoelstellingen en een structurele reductie van veengebruik in de professionele tuinbouw.
Veen vormt al decennialang de stabiele basis voor pot- en containerteelt, dankzij de uniforme structuur en betrouwbare waterbuffering. Tegelijkertijd staat het materiaal onder toenemende druk vanwege de CO₂-uitstoot die vrijkomt bij winning. Duitsland heeft daarom ingezet op een forse beperking van het veengebruik richting 2030. Die ambitie raakt nadrukkelijk ook de boomkwekerij, waar substraten een cruciale rol spelen in wortelontwikkeling, groeiuniformiteit en leverbare kwaliteit.
Een belangrijk initiatief binnen deze ontwikkeling is ToSBa 2, een project dat zich richt op de praktische invoering van grotendeels veen-gereduceerde en veen-vrije substraten in boomkwekerijen. In regio’s als Noordrijn-Westfalen, Nedersaksen en Baden-Württemberg worden kwekers begeleid bij het toepassen van mengsels waarin meer dan de helft van het traditionele veen is vervangen door alternatieve grondstoffen.
De nadruk ligt niet alleen op technische haalbaarheid, maar vooral op praktische toepasbaarheid in commerciële productie. Hoe reageren verschillende boomsoorten op deze nieuwe substraten? Welke aanpassingen zijn nodig in watergift en bemesting? En hoe blijft de wortelkwaliteit op het niveau dat de markt vraagt? Door deze vragen onder praktijkomstandigheden te onderzoeken, ontstaat kennis die breder inzetbaar is binnen de Duitse en Europese boomkwekerijsector.
Aanpassingen in teeltstrategie
De overstap naar veen-gereduceerde substraten betekent dat kwekers hun teeltstrategie kritisch moeten bekijken. Alternatieve grondstoffen verschillen in structuur, luchtgehalte en nutriëntenbuffering. Dat heeft directe invloed op irrigatieschema’s en bemestingsstrategieën. In sommige gevallen kan ook de potkeuze of de frequentie van watergift moeten worden aangepast.
Voor boomkwekers draait het daarbij om risicobeheersing. Productkwaliteit en leverbetrouwbaarheid mogen niet onder druk komen te staan. Daarom is begeleiding tijdens de overgangsfase essentieel. Demonstratiebedrijven fungeren als leeromgeving voor de sector, waarbij zowel technische prestaties als economische consequenties zorgvuldig worden gemonitord.
Europese betekenis voor de boomkwekerijmarkt
De transitie naar veen-gereduceerde en veen-vrije substraten in Duitsland staat niet op zichzelf. In meerdere Europese landen groeit de druk om het gebruik van veen in professionele teeltsystemen terug te dringen. Wat nu in Duitsland in praktijkprojecten wordt getest, kan daarmee richtinggevend worden voor de Europese boomkwekerijmarkt als geheel.
Voor kwekers in andere landen, waaronder Nederland, biedt deze aanpak waardevolle inzichten. De overgang naar duurzame substraten blijkt geen eenvoudige systeemwijziging, maar een gefaseerd proces waarin praktijkervaring, kennisdeling en sectorbrede samenwerking centraal staan. Duitsland laat zien dat een beheerste en onderbouwde transitie mogelijk is, mits innovatie en ondernemerschap hand in hand gaan.