Slimmer beregenen: wat kwekers leren van praktijkproeven in Zundert
De ene zomer kampen kwekers met wateroverlast, de andere met droogte. Voor boomkwekers in het Zundertse teeltgebied wordt waterbeheer daardoor steeds belangrijker. Binnen het project Beregeningstechnieken onderzoeken ondernemers, adviseurs en het waterschap hoe water efficiënter kan worden ingezet in de vollegrondsteelt. Praktijkproeven bij bedrijven, onder andere bij Hergo Boomkwekerij, laten zien dat betere metingen en slimmere technieken al snel tot waterbesparing kunnen leiden — zonder dat dit ten koste gaat van de teelt.
Praktijkproeven bij Hergo
Een van de bedrijven waar met nieuwe technieken wordt geëxperimenteerd, is Hergo Boomkwekerij in Zundert. Ondernemer Styen Herijgers werkt daar mee aan proeven met verschillende beregeningssystemen. Op zijn percelen wordt onder meer getest met een aangepaste haspel die nauwkeuriger kan beregenen.
De installatie is uitgerust met een slimme kop die beter binnen de perceelsgrenzen blijft en voorkomt dat water op stukken land terechtkomt waar geen gewas staat.
De praktijkproeven maken deel uit van een bredere samenwerking tussen kwekers, adviseurs en beleidsmakers. Het doel is om inzicht te krijgen in de efficiëntie van verschillende technieken en te kijken hoe watergebruik in de praktijk kan worden verminderd.
Het project Beregeningstechnieken is ontstaan uit een samenwerking tussen onder andere Waterschap Brabantse Delta, Coöperatieve Vereniging Treeport Zundert , ZLTO en verschillende kwekers uit de regio. Het maakt deel uit van het regionale programma Water in Balans, waarin overheden en ondernemers samenwerken aan een toekomstbestendig watersysteem in het Zundertse teeltgebied.
Binnen het project worden verschillende beregeningsmethoden met elkaar vergeleken, waaronder traditionele haspelberegening, druppelirrigatie en beregening aangestuurd op basis van metingen. De proeven worden uitgevoerd bij boomkwekers in de regio. De resultaten moeten ondernemers helpen om bewuster met water om te gaan en beter voorbereid te zijn op toekomstige beperkingen in watergebruik.
René Rijken, gebiedsadviseur bij Waterschap Brabantse Delta: “Na de droogte van 2018 konden kwekers hier voor het eerst niet meer beregenen. Dat was het moment waarop duidelijk werd dat water niet onbeperkt beschikbaar blijft.”
Het was een belangrijk kantelpunt. Tot dat moment werd water vaak gezien als een vanzelfsprekende productiefactor. De afgelopen jaren is duidelijk geworden dat dat niet altijd zo blijft.
Zoeken naar het optimum
Waar het waterschap kijkt naar het watersysteem als geheel, richt Tijmen Dekkers van Deltae Innovation zich vooral op wat er in het veld gebeurt. Binnen het project worden verschillende percelen gemonitord, waarbij onder meer bodemvocht, watergiften en gewasgroei worden gemeten.
“Te droog en te nat zijn allebei fout. De kunst is om het optimum te vinden — en dat optimum verschilt vaak per perceel.”
Tijdens de proeven bleek dat de vochttoestand binnen een perceel vaak sterk varieert. Toch wordt in de praktijk nog regelmatig overal dezelfde watergift toegepast.
Dekkers: “Op sommige plekken groeit het gewas sneller en heeft het minder water nodig dan op andere plekken. Als je die verschillen beter begrijpt, kun je al veel gerichter beregenen.”
Haspel of druppelslang?
De eerste resutaten van de druppelirrigatieproef laten een constantere vochttoestand in de bodem zien. Tegelijkertijd wordt duidelijk dat ook bestaande beregeningstechnieken nog verbeterd kunnen worden.
Rijken: “Met een slimme kop kan er met een haspel nauwkeurig worden beregend.”
De proef bij Hergo laat zien dat een aangepaste haspelkop al een groot verschil kan maken. Door nauwkeuriger binnen de perceelsgrenzen te beregenen, wordt voorkomen dat water op stukken land terechtkomt waar geen gewas staat.
Meten als basis
Een belangrijke les uit het project is dat efficiënt beregenen begint met inzicht in het eigen watergebruik. Veel ondernemers weten globaal hoeveel water ze gebruiken, maar hebben weinig zicht op wat er precies op perceelsniveau gebeurt.
Daarom zijn binnen het bredere programma Water in Balans bij 22 bedrijven digitale watermeters geplaatst, verdeeld over tientallen grondwaterputten. Daarmee krijgen ondernemers beter inzicht in hun daadwerkelijke watergebruik.
“Veel bedrijven geven hun watergebruik één keer per jaar door, maar zijn er in de praktijk niet dagelijks mee bezig. Door te meten krijg je ineens een schat aan informatie over je eigen bedrijf”, aldus Rijken
Voor Dekkers is dat de eerste stap richting efficiënter watergebruik. “De eerste stap is niet meteen een nieuwe techniek kopen. Eerst moet je begrijpen hoe de waterhuishouding rond je gewas werkt. Metingen helpen hierbij”
Gereedschapskist voor de sector
Volgens de betrokkenen is het project nadrukkelijk geen poging om één techniek voor te schrijven. Het doel is vooral om kennis te verzamelen en die beschikbaar te maken voor de sector. “Wij willen niet op de stoel van de ondernemer gaan zitten. We willen laten zien wat mogelijk is en welke resultaten dat oplevert.”
De verwachting is dat waterbeschikbaarheid de komende jaren een steeds belangrijker thema wordt. Door nu al ervaring op te doen met nieuwe technieken en metingen, kunnen kwekers zich beter voorbereiden op de toekomst.
Of zoals Dekkers het samenvat: “Wie nu leert hoe zijn waterhuishouding werkt, heeft straks een voorsprong.”