Zicht op Water: van meten naar sturen op het perceel
Water is voor de boomkwekerij allang geen vanzelfsprekendheid meer. Droge zomers, natte winters, droge zomers met natte perioden, natte zomers met droge perioden, en toenemende druk op grondwater maken dat ondernemers steeds bewuster moeten omgaan met wat er op hun perceel gebeurt. Maar sturen op water begint met inzicht en dat ontbreekt in de praktijk nog vaak.
Het project Zicht op Water, onderdeel van het programma Water in Balans van Waterschap Brabantse Delta, probeert daar verandering in te brengen. Niet met modellen of aannames, maar met metingen op het bedrijf zelf. Samen met kwekers wordt zichtbaar gemaakt hoeveel water er wordt gebruikt, wanneer en waar.
Volgens René Rijken van Waterschap Brabantse Delta begint alles bij inzicht. ‘Je moet weten wat je doet voordat je kunt gaan sturen.’ Veel kwekers werken op gevoel en dat gevoel klopt vaak verrassend goed. Maar zonder cijfers blijft het lastig om echt te optimaliseren.
‘Het gaat er niet alleen om dat je data verzamelt, maar dat je van data informatie maakt’
Binnen het project worden daarom op bedrijfsniveau metingen gedaan van wateronttrekking uit oppervlaktewater en grondwater. Die gegevens worden niet alleen verzameld, maar ook jaarlijks samen met de ondernemer besproken. ‘Het is niet zo dat je alleen een meter krijgt,’ zegt Rijken. ‘Juist het gesprek erover maakt het waardevol.’
Ook hydroloog Klaas-Jan Douben, werkzaam bij Waterschap Brabantse Delta, ziet dat de kracht van het project zit in de vertaalslag naar de praktijk. ‘Het gaat er niet alleen om dat je data verzamelt, maar dat je van data informatie maakt.’ Door metingen te combineren met bodemtype, gewas, manier van beregenen en weersomstandigheden ontstaat een veel scherper beeld van wat er daadwerkelijk gebeurt op het perceel.
Voor Corné Leenaerts, samen met zijn vrouw Cindy eigenaar van kwekerij De Weimer en voorzitter van de ZLTO-afdeling Zundert-Rijsbergen, zit de waarde van het project vooral in de combinatie van gevoel en data.
‘Je werkt vaak op gevoel, maar het is mooi dat je dat gevoel nu kunt koppelen aan metingen.’
Op zijn bedrijf bevestigen de metingen in eerste instantie vooral wat hij al deed. ‘We zitten eigenlijk al redelijk op de goede lijn,’ zegt hij. ‘We beregenen niet bij bv windkracht vijf, of bij hoge tempraturen overdag, maar juist ’s nachts of onder gunstigere omstandigheden.’ Toch zit daar ook de nuance. ‘Je krijgt inzicht in wat je doet en dat maakt dat je soms net even kunt wachten met beregenen.’
Een belangrijk inzicht uit het project is dat een perceel zelden homogeen is. Toch wordt in de praktijk vaak nog gewerkt met vaste rondes en vaste giften. Zoals Rijken het samenvat: ‘De ronde en de capaciteit van de haspel is vaak leidend, niet de gegevens.’ Met metingen en satellietdata wordt zichtbaar waar verschillen zitten: natte plekken, droge stroken en variatie in bodemopbouw.
Voor Leenaerts is dat vooral een bevestiging van wat hij in de praktijk al zag. Je kent je grond als kweker meestal goed, maar het is waardevol om dat ook terug te zien in data. Daarmee ontstaat niet alleen meer zekerheid, maar ook ruimte om gerichter bij te sturen.
Volgens Douben speelt daarnaast verdamping een belangrijke rol. Niet al het water bereikt de wortelzone, en een deel verdwijnt zonder bij te dragen aan de groei van het gewas. Daarmee verschuift de focus van hoeveelheid naar effectiviteit: het gaat niet alleen om hoeveel water je geeft, maar vooral om waar het terechtkomt en wat de plant er daadwerkelijk mee doet.
Voor Leenaerts blijft het niet bij inzicht alleen. De data helpt ook bij strategische keuzes op bedrijfsniveau. ‘We gebruiken die gegevens ook om te berekenen of we richting zelfvoorzienend watergebruik kunnen.’ Bij de aanleg van nieuwe containervelden en wateropslag kijkt hij hoe ver hij kan gaan in het opvangen en hergebruiken van water. ‘Op papier kun je ver komen, maar in de praktijk heb je altijd jaren waarin je moet bijsturen.’
Juist daar laat Zicht op Water zijn waarde zien. Het project helpt niet alleen om het huidige watergebruik inzichtelijk te maken, maar ook om investeringen, vergunningstrajecten en toekomstige keuzes beter te onderbouwen. Leenaerts ziet dat ook zo en raadt andere kwekers aan om aan te haken. ‘Als er beleid gemaakt wordt, doe dat dan op basis van metingen uit de praktijk niet alleen vanuit een kantoor.’
‘Je moet weten wat je doet voordat je kunt gaan sturen.’
Met Zicht op Water wordt water steeds meer een productiefactor waar actief op gestuurd kan worden. De combinatie van praktijkervaring en data maakt het mogelijk om scherper te telen, efficiënter om te gaan met water en beter voorbereid te zijn op toekomstige eisen. Niet door méér water te geven, maar door het slimmer in te zetten.