Hitte, plagen en het einde van het Hongaarse thuja-tijdperk

De Thuja occidentalis ‘Smaragd’ bepaalde jarenlang het beeld van de Hongaarse voortuinen. De dichte, smalle, wintergroene en betaalbare conifeer werd de standaardkeuze voor privacyhagen rond gezinswoningen en woonwijken. Op het hoogtepunt vormde de productie van thuja’s een belangrijk onderdeel van het businessmodel van veel Hongaarse sierkwekerijen. Vandaag de dag is de ooit dominante smaragdthuja echter vrijwel verdwenen uit Hongaarse tuinen.
Zachte winters, langdurige droogte, extreem warme zomers en toenemende druk door plagen hebben zowel het vertrouwen van consumenten als de productiestrategieën van kwekerijen in Hongarije fundamenteel veranderd. Veel kwekers omschrijven de situatie als een van de grootste veranderingen binnen de Hongaarse sierteeltsector van het afgelopen decennium.
Van dé plant voor het hoofdinkomen naar risicovolle teelt
De Thuja occidentalis ‘Smaragd’ werd in Hongarije bijzonder populair in de jaren negentig en tweeduizend, toen de uitbreiding van woonwijken zorgde voor een enorme vraag naar betrouwbare wintergroene haagplanten. De plant was eenvoudig te verkopen, visueel uniform en relatief gemakkelijk op grote schaal te produceren. Voor veel kleine en middelgrote kwekerijen werd deze thuja de economische basis van het bedrijf. Grote aantallen werden verkocht op de binnenlandse markt en geëxporteerd naar omliggende landen, maar ook naar Italië en Rusland. Sommige kwekerijen specialiseerden zich bijna volledig in de productie van ‘Smaragd’.
Die sterke afhankelijkheid bleek later een grote kwetsbaarheid.
Hittestress verzwakt traditionele hagen
Hongarije heeft de afgelopen jaren steeds vaker te maken gehad met ernstige droogteperiodes en hittegolven. Lange droge zomers, zachte winters en extreme temperaturen hebben ondiep wortelende coniferen zoals de thuja zwaar onder druk gezet. In veel regio’s, vooral op zandgronden en in stedelijke omgevingen, blijken beregening en goede voeding niet langer voldoende.
Klimaatstress heeft bovendien de weerbaarheid van planten verminderd, waardoor ideale omstandigheden ontstonden voor plagen zoals de cipressenprachtkever (Lamprodila festiva). Deze vormt een steeds groter probleem in door droogte verzwakte hagen en kwekerijpartijen. Bruin verkleurend loof, taksterfte en gedeeltelijk plantverlies zijn inmiddels veelvoorkomende verschijnselen in zowel particuliere tuinen als commerciële beplantingen.
Van beschermde soort naar schadelijke plaag
De verspreiding van de cipressenprachtkever versnelde de afname van de populariteit van thuja’s in Hongarije. De kever tast verzwakte planten aan en veroorzaakt vaak snelle sterfte, die huiseigenaren aanvankelijk aanzien voor droogteschade. De kever tast niet alleen thuja’s aan, maar ook andere sierconiferen en schubbladige wintergroene soorten aan, waaronder soorten en hybriden binnen xCupressocyparis, Chamaecyparis en zelfs sommige Juniperus-soorten. Dat suggereert dat de schade zich niet beperkt tot één plantgroep, maar zich kan uitbreiden over een groter deel van de sierconiferenteelt.
De situatie werd extra controversieel doordat de cipressenprachtkever – een opvallende glanzend blauwe kever – vroeger een streng beschermde status had in Hongarije. Eén exemplaar vertegenwoordigde een natuurwaarde van 50.000 Hongaarse forint (ongeveer 140 euro). Naarmate de soort zich verder verspreidde, explodeerde de populatie en ontwikkelde de kever zich tot een plaag die economische schade veroorzaakte aan wintergroene gewassen, vooral thuja’s. In 2016 werd de soort daarom van de beschermde soortenlijst verwijderd en veranderde zij in een breed 'bestreden vijand'.
Moeilijk te bestrijden
Bestrijding blijkt bovendien lastig. De larven ontwikkelen zich verborgen onder de schors en binnenin de plantweefsels, waar contactinsecticiden nauwelijks effect hebben. Tegen de tijd dat symptomen zichtbaar worden, is de aantasting al in een vergevorderd stadium.
Omdat de larven chemisch nauwelijks bereikbaar zijn, zouden volwassen kevers (imagines) moeten worden bestreden. Effectieve bestrijding zou echter betekenen dat beplantingen gedurende ongeveer twee maanden– in Hongarije vliegt de kever van half mei tot begin juli – continu chemisch behandeld moeten worden, wat praktisch nauwelijks haalbaar is. Dichte volwassen hagen zijn bovendien lastig goed te bespuiten, terwijl de beperkingen op gewasbeschermingsmiddelen blijven toenemen.
Voor kwekerijen heeft de combinatie van klimaatstress, verborgen aantastingen en beperkte bestrijdingsmogelijkheden geleid tot grote onzekerheid in de productie.
Kwekerijen in de problemen
Het werd duidelijk dat monocultuurhagen, zoals hagen die volledig uit de Thuja occidentalis ‘Smaragd’ bestaan, bijzonder kwetsbaar zijn voor klimaatstress en plagen. Daardoor zijn ze een risicovolle keuze geworden. Veel huiseigenaren die ooit complete perceelranden met thuja’s beplantten, zoeken nu actief naar alternatieven. Als gevolg daarvan bouwen veel kwekers hun afhankelijkheid van de thuja-productie helemaal af.
Voor kwekerijen die sterk afhankelijk waren van de productie van de Thuja occidentalis ‘Smaragd’ waren de economische gevolgen groot. Sommige familiebedrijven moesten hun productie sterk terugschroeven, terwijl andere bedrijven na opeenvolgende jaren met verlies door plaagschade en teruglopende verkoop volledig stopten.
De situatie werd daarmee een duidelijk voorbeeld van hoe klimaatgerelateerde stress en opkomende plagen langdurig gevestigde sierteeltsectoren snel kunnen destabiliseren.
Op zoek naar weerbare alternatieven
Hongaarse kwekerijen experimenteren inmiddels met sterkere haagplanten en alternatieven die beter tegen droogte kunnen. Sommige kwekers zien betere resultaten met robuustere cultivars van reuzenlevensbomen (Thuja plicata) met een sneller herstellend vermogen, zoals ‘Atrovirens’ en ‘Excelsa’, voor klanten die toch thuja’s willen blijven planten.
Soorten zoals Photinia, laurierkers, liguster, Elaeagnus pungens en Leylandcipres – hoewel ook die laatste gevoelig kan zijn voor de cipressenprachtkever – worden ook steeds populairder. Daarnaast kiezen steeds meer mensen voor gemengde wintergroene en bladverliezende bloeiende hagen, die als weerbaarder en duurzamer worden beschouwd.
De terugloop van de productie van smaragdthuja’s in Hongarije kan uiteindelijk dienen als een vroegtijdige waarschuwing voor de Europese boomkwekerijsector. Wat ooit werd gezien als een betrouwbare plant voor de massa, blijkt onder veranderende klimaatomstandigheden steeds moeilijker en risicovoller te produceren.
Auteur: Edina Pap, Kertészet és Szőlészet, Hongarije