‘De jonge plant moet voorspelbaar worden’
De opkweek van jonge planten verschuift langzaam van perceel naar containerveld. Waar vollegrond jarenlang de standaard was, experimenteren steeds meer boomkwekers met pluggen, trays en containerteelt. Niet omdat vollegrond ineens verdwijnt, maar omdat de eisen aan uniformiteit, leverzekerheid en mechanische verwerking snel toenemen. Boomkwekerij De Weimer in Zundert is één van de bedrijven die midden in die ontwikkeling zit.
Binnen de boomkwekerij groeit de druk om constanter en beter planbaar te produceren. Arbeid wordt duurder, waterbeheer complexer en afnemers vragen steeds vaker om uniforme partijen die direct verwerkt kunnen worden.
Vooral bij jonge planten wordt dat steeds belangrijker. Verschillen in groei, beworteling of uniformiteit werken later in de keten direct door in sortering, oppotten en afleverkwaliteit.
Tegelijkertijd verandert ook de techniek op veel kwekerijen. Mechanisatie en automatisering vragen om uitgangsmateriaal dat voorspelbaar reageert.
“De jonge plant wordt steeds belangrijker,” zegt Corné Lenaerts van Boomkwekerij De Weimer in Zundert. “Vroeger kon je in de vervolgteelt nog veel corrigeren. Nu moet de basis al veel constanter zijn.”
Vollegrond blijft belangrijk
Toch betekent die ontwikkeling niet dat kwekers massaal afscheid nemen van de vollegrond. Voor veel teelten blijft vollegrond economisch interessant en technisch betrouwbaar.
Ook bij De Weimer liggen vollegrond en containerteelt voorlopig nog naast elkaar. Op het ene perceel groeien jonge planten traditioneel in de grond, enkele tientallen meters verder staan trays en pluggen strak opgesteld op containervelden.
Volgens Lenaerts zit de grootste verandering vooral in de manier waarop kwekers naar jonge planten kijken.
“In de vollegrond blijf je afhankelijk van het perceel,” zegt hij. “Op het ene stuk groeit een partij harder dan op het andere. Zeker bij jonge planten zie je dat snel terug in uniformiteit.”
Dat hoeft volgens hem niet direct een probleem te zijn, maar de marges in de keten worden kleiner.
“Steeds meer processen worden gemechaniseerd. Dan moet het uitgangsmateriaal wel overal hetzelfde reageren.”
Meer controle over wortels en groei
Om meer grip te krijgen op uniformiteit en beworteling, experimenteren steeds meer bedrijven met plug- en trayteelt. Daarbij verschuift de aandacht volgens Rob Tolenaars van TTS steeds meer van bovengrondse groei naar wortelkwaliteit.
“Je hebt uiteindelijk meer aan een compacte plant met een sterk wortelgestel dan aan veel bovengrondse massa,” zegt hij. “De wortel bepaalt hoe snel een plant aanslaat en doorgroeit.”
Bij De Weimer wordt gewerkt met een combinatie van agri-pluggen en Air Trays. De plug vormt het compacte uitgangspunt waarin de jonge plant zich ontwikkelt, terwijl de Air Tray zorgt voor luchtsturing rondom de wortels.
Door die zogenaamde air pruning stoppen wortels automatisch met doorgroeien zodra ze in contact komen met lucht. Daardoor ontstaat een compact en sterk vertakt wortelstelsel zonder ronddraaiende wortels.
Volgens Tolenaars versterken plug en tray elkaar juist in die eerste groeifase.
“De plug geeft uniformiteit en stabiliteit in de opkweek, terwijl de Air Tray het wortelgestel actief stuurt,” legt hij uit. “Daardoor krijg je een jonge plant die gelijkmatiger doorgroeit.”
Volgens Marc Lodders van NL Plants sluit dat aan bij de ontwikkeling die hij breder in de sector ziet.
“Steeds meer schakels in de keten willen voorspelbaarheid,” zegt Lodders. “Dat begint bij de jonge plant. Als die uniform is, profiteert de hele vervolgteelt daarvan.”
Voor De Weimer zit juist daar de meerwaarde.
“Je ziet veel meer gelijkmatigheid,” zegt Lenaerts. “Van de eerste tot de laatste plant krijg je een constanter wortelbeeld. Dat maakt de vervolgteelt rustiger.”
Containerteelt vraagt meer precisie
Toch kent containerteelt volgens kwekers ook duidelijke uitdagingen. Waar vollegrond nog enige buffer geeft, reageren planten in trays veel sneller op fouten in watergift of voeding.
“Bij jonge planten draait alles om regelmaat,” zegt Lenaerts. “Te nat, te droog of een groeistilstand zie je direct terug in uniformiteit. Daarom moet je veel strakker sturen dan vroeger.”
Vooral watermanagement wordt volgens hem steeds belangrijker.
“In trays reageert een plant veel sneller. In de vollegrond heb je nog wat buffer in de bodem, maar in containerteelt moet je er korter op zitten. Eén warme dag kan meteen verschil maken in groei of beworteling.”
Daarmee vraagt containerteelt volgens hem ook om een andere manier van werken.
“Mensen onderschatten dat soms. Een tray neerzetten betekent niet automatisch dat het makkelijker wordt. Het hele systeem moet kloppen: watergift, substraat, voeding en klimaat. Alles grijpt in elkaar.”
Daarnaast spelen investeringen een rol. Containervelden, watertechniek, trays en automatisering vragen forse aanpassingen op het bedrijf. Juist daarom kiezen veel kwekers voorlopig voor een hybride model waarin vollegrond en containerteelt naast elkaar blijven bestaan.
Stap voor stap ontwikkelen
Ook De Weimer kiest bewust voor die geleidelijke aanpak. De kwekerij wil ervaring opbouwen zonder direct volledig afhankelijk te worden van één systeem.
“Wij geloven niet in zwart-wit,” zegt Lenaerts. “Het is niet óf vollegrond óf containerteelt. Per gewas kijk je wat het beste werkt.”
Volgens hem zal containerteelt in jonge planten de komende jaren wel verder groeien. Vooral omdat de vraag naar uniforme en direct verwerkbare planten blijft toenemen. “De keten professionaliseert verder. Dan moet je als kweker mee ontwikkelen.”
Tegelijkertijd verwacht hij niet dat traditionele boomkwekerijkennis minder belangrijk wordt. “Je moet nog steeds kunnen telen,” zegt hij. “Alleen krijg je er meer techniek en meer sturing bij.”
Voor De Weimer draait de ontwikkeling daarom vooral om toekomstbestendigheid. “We gooien niet ineens alles om,” besluit Lenaerts. “Maar je moet wel blijven ontwikkelen. Stilstand is in deze sector geen optie meer.”
Tekst: Jan van Staalduinen